Hieronder volgt een summiere beschrijving van de raskenmerken van de Airedale Terrier. Deze is gebaseerd op de volledige officiële rasstandaard van de Federation Cynologique Internationale.

Algemeen:
De Airedale moet een harmonisch gebouwde hond zijn. Bij het  lopen moeten de benen recht vooruit bewogen worden.

Hoofd:
De schedel moet lang en vlak zijn, niet te breed tussen de oren en langzaam versmallen naar de ogen. Schedel en voorsnuit zijn ongeveer even lang. Hij moet een krachtige voorsnuit hebben met gespierde kaken zonder dat er sprake is van uitpuilende wangspieren (bakken).

Ogen:
Moeten donker van kleur zijn, klein, niet uitpuilend, vol terriëruitdrukking, vurig en schrander.

Oren:
V-vormig, zijwaarts gedragen, in verhouding tot de grootte van de hond. De bovenlijn van het gevouwen oor iets boven het schedelvlak.

Mond:
Sterke tanden, sterke kaken. Een schaargebit (bovensnijtanden nauw overlappend de ondersnijtanden), recht op de kaken geplaatst geniet voorkeur maar een tanggebit is ook toegestaan.

Voorhand:
Schouders lang, naar achteren liggend en schuin naar de rug hellend; schouderbladen vlak. Voorbenen volkomen recht met goede beenderen. Ellebogen loodrecht op het lichaam, vrij langs de zijden bewegend.

Lichaam:
Rug kort, sterk, recht en vlak. Gespierde lendenen. Ribben goed ontwikkeld. Diepe borst, maar niet breed.

Achterhand:
Dijen lang en krachtig met gespierde schenkel. Goed gehoekte knieën die niet naar binnen of naar buiten gedraaid staan.

Voeten:
Klein, rond en compact met diepe voetzool en gevulde eeltkussens. De voeten moeten recht staan en niet naar binnen of naar buiten gedraaid.

Staart:
Hoog aangezet en vrolijk gedragen. Tot 1 september 2001 gecoupeerd. Punt ongeveer gelijk met de top van de schedel. Sinds 1 september 2001 is het couperen van de staart in Nederland bij de wet verboden.

Vacht:
Hard, dicht en draadachtig en niet zo lang dat het er haveloos uitziet. De vacht moet glad en gesloten zijn en lichaam en benen bedekken. De bovenvacht is hard, draadachtig en stug, de ondervacht is korter en zachter. De vacht niet scheren maar laten plukken c.q. trimmen, eens per ongeveer 5 maanden.

Kleur:
Het zadelpatroon (rug, croupe, ribben en lendenpartij), nek en bovenzijde van de staart zijn zwart of grijs. Alle andere gedeelten zijn tan-kleurig. Een kleine witte bles op de borst is toegestaan .

Grootte en gewicht:
Gemeten tot aan de top van de schouders:
Reuen: 58 - 61 cm hoog.
Teven: 56 - 59 cm hoog.
Een gezonde Airedale, d.w.z. zonder overgewicht, zal tussen 20 kg (kleine teef) en 30 kg (grote reu) wegen.